Skip to main content Skip to footer

Plannen voor de arbeidsmarkt

Plannen voor de arbeidsmarkt

Artikel

Minister Van Gennip heeft op 3 april meer duidelijkheid gegeven over de plannen van het kabinet voor de arbeidsmarkt.

Op 5 juli 2022 verscheen de hoofdlijnenbrief Arbeidsmarkt over de plannen van het kabinet Rutte 4 voor de hervorming van de arbeidsmarkt. Het kabinet wil dat mensen in flexibele contracten meer zekerheid krijgen over hun inkomen en hun rooster en dat schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen. Tegelijk willen ze ondernemingen en werkenden helpen om wendbaarder te zijn. De voortgangsbrief van 3 april 2023 van minister Van Gennip werkt de ambities van het kabinet verder uit in een arbeidsmarktpakket. Weliswaar is nog veel niet concreet, maar de brief geeft wel inzicht wat we de komende periode kunnen verwachten.  

Oproepcontracten vervangen door basiscontracten

Werknemers met een oproepcontract krijgen meer inkomens- en roosterzekerheid. Oproepcontracten, zoals nuluren- en de huidige min-/maxcontracten worden afgeschaft. In plaats daarvan komt er een basiscontract. Zo krijgen werknemers zekerheid over het minimaal aantal uren dat zij worden ingezet. En daarmee ook over het minimale inkomen in een periode.

Een werknemer moet wel beschikbaar zijn voor meer uren op vastgestelde dagen. De bandbreedte zal met een hard percentage (130 procent van het minimaal aantal uren) worden vastgesteld. Daarna krijgen werknemers het recht om de oproep te weigeren. Bedoeling is dat werknemers eenvoudiger een tweede baan kunnen accepteren of het werk beter kunnen combineren met zorg voor de kinderen, opleiding of mantelzorg.

Het basiscontract zal onder de lage WW-premie vallen als er sprake is van een schriftelijke overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Contact

Opleidingsadvies

Wil je meer weten over een opleiding? Of een advies welke opleiding jou het beste past? Bel met Christel, Paul, Sandra of Maria!

 

Tijdelijk werk is tijdelijk: einde draaideurconstructie

Het kabinet wil draaideurconstructies bij tijdelijk werk voorkomen. Daarom kan na drie bepaalde-tijdcontracten pas na vijf jaar weer een nieuwe ronde van bepaalde-tijdcontracten worden gegeven. De huidige tussenpoos is 6 maanden, maar dat is in veel cao’s teruggebracht tot 3 maanden. Voor studenten blijft de huidige ketenregeling bestaan. Ook bij seizoenswerk blijft de huidige ketenregeling het uitgangspunt, maar dat geldt alleen als het werk tot ten hoogste 9 maanden in het jaar gedaan kan worden.

 

Crisisregeling personeelsbehoud

Het kabinet wil dat structureel werk in een vast dienstverband uitgevoerd wordt, maar wel met interne flexibiliteit. Daarom komt er een Crisisregeling Personeelsbehoud (CP) (voorheen: deeltijd-WW). Werkgevers kunnen hier aanspraak op maken als zij ten minste 20% minder werk hebben over de gehele onderneming. Gedurende maximaal 6 maanden kunnen werkgevers hun werknemers minder, in een andere functie of op een andere locatie laten werken. Voor de uren dat er minder gewerkt wordt, kan gebruik gemaakt worden van een tegemoetkoming.

 

Sneller zekerheid bij uitzendwerk

Na 52 gewerkte weken heeft de uitzendkracht recht op meer zekerheid. Door het verkorten van de duur van fase A en fase B krijgen uitzendkrachten eerder recht op een vast contract.

De arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht moeten ook ten minste gelijkwaardig aan die voor werknemers die in dienst zijn bij het bedrijf waar de uitzendkrachten aan worden uitgeleend. Ook het uitzendpensioen moet een marktconform niveau krijgen. De uitwerking hiervan ligt bij de sociale partners.

 

Duidelijkheid over kwalificatie arbeidsrelatie

De aanpak van schijnzelfstandigheid wil het kabinet tegengaan door meer duidelijkheid te geven over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Voor het ‘werken in dienst van’ worden drie hoofdelementen benoemd:

  1. gezag o.b.v. materiële ondergeschiktheid: dit gaat over de bevoegdheid van de werkgever om eenzijdig instructies te geven over de inhoud van werkzaamheden.
  2. de organisatorische inbedding van het werk. Dit is een vrij vaag beginsel wat gaat om de afweging of “werkzaamheden een wezenlijk onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering”. Behoren de werkzaamheden tot de kernactiviteiten van de organisatie?
  3. een contra-indicatie voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst oftewel dat er sprake is van zelfstandig ondernemerschap binnen de betreffende arbeidsrelatie. Denk aan gespecialiseerde arbeid, meerdere opdrachtgevers en meer autonomie. Dit wordt nog nader uitgewerkt.

Daarnaast werkt het kabinet aan een zogenaamd ‘civielrechtelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’, gekoppeld aan een uurtarief dat mogelijk tussen de 30 en 35 euro ligt.

Sneller duidelijkheid over het re-integratiespoor

Kleine en middelgrote werkgevers (tot en met 100 werknemers) moeten sneller duidelijkheid krijgen over herplaatsing van de zieke werknemers. Na een jaar moet duidelijk zijn of een werknemer terugkeert of dat de ondernemer in kan zetten op duurzame vervanging. Wordt hierover getwijfeld, dan moet het UWV dit beoordelen met een deskundigenoordeel.

 

Toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel

Over de maatregelen rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid meldt de minister dat er meer verbeteringen mogelijk en noodzakelijk zijn. Denk aan de 35-minners die geen WIA-uitkering krijgen, maar ook geen werk kunnen vinden omdat er aanzienlijke gezondheidsproblemen zijn. En het grote probleem van de vele achterstanden bij de WIA-claimbeoordeling door het tekort aan verzekeringsartsen.

De onafhankelijke commissie Toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) voert een fundamentele herbezinning op ons stelsel rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid uit, gebaseerd op twee pijlers: activering en inkomensbescherming. De opdracht is dat het stelsel betaalbaar blijft en houdbaar voor de toekomst.

 

Intrekken wetsvoorstel RIV-toets alleen door arbeidsdeskundige

De minister wil het wetsvoorstel RIV-toets UWV alleen door arbeidsdeskundigen intrekken. Ze wil wachten op het uitgebreide advies van OCTAS. Het adviesrapport van OCTAS wordt in januari 2024 verwacht. De verzekeringsarts blijft voorlopig dus nog de RIV-toetsing doen als er sprake is van geen benutbare mogelijkheden, een urenbeperking of andere re-integratie belemmerende adviezen.

 

Verlenging van IOW met 4 jaar

Vanaf 2024 wordt de Wet Inkomensvoorziening oudere werkloze (IOW) nogmaals met 4 jaar verlengd. Deze regeling geldt voor personen die na het 60e jaar werkloos worden en die wel in aanmerking komen voor de verlengde WW-uitkering (voldoende arbeidsverleden hebben). Zijn ze nog werkloos na het einde van de WW, dan is er recht op IOW. De IOW-uitkering bedraagt maximaal 70% van het minimumloon. De wens om de IOW te verlengen kwam tot uiting in een petitie die door de vakbonden aan het kabinet aangeboden was. Zestigplussers hebben een grotere kans op langdurige werkloosheid. Vandaar dat het kabinet de verlenging nog 1 keer wil inzetten.

 

Verplichte AOV voor zelfstandig ondernemers bij het UWV

Verder komt er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een wachttijd van 1 jaar. De verplichte AOV geldt alleen voor de IB-ondernemers (met en zonder personeel). Dus niet voor de directeur-groot aandeelhouder (met een BV). En ook niet voor de zogenaamde resultaatgenieters die vallen onder de kleine-ondernemersregeling en vrijgesteld zijn van btw-verplichtingen (ondernemers met max. € 20.000 omzet per jaar).

Elke IB-ondernemer verzekert zich standaard voor een uitkering van 70% van het laatstverdiende inkomen tot aan de grens van 143% van het wettelijk minimumloon. De uitkering is maximaal 100% van het wettelijk minimumloon. De premie voor de standaardverzekering is op basis van huidige inzichten indicatief 7,5% tot 8% van het inkomen tot de maximale premiegrondslag. De premie is fiscaal aftrekbaar.

Artikelen

Geschreven door

Marjol Nikkels, vaktechnisch directeur